To share, or not to share: de toekomst van social media.

To share, or not to share?
What’s up next? Wat staat ons nog te wachten in de wondere wereld van social media? Ik ben erg benieuwd naar wat er allemaal nog komen gaat, maar ergens diep van binnen ook een beetje huiverig voor nieuwe ontwikkelingen. Vandaag de dag is er geen ontkomen meer aan, overal worden we geconfronteerd met de bestaande virtuele sociale netwerken. William Shakespeare’s prachtige “To be, or not to be,” lijkt te veranderen in “To share, or not to share.”

Dit pijnlijke feit werd me duidelijk tijdens de uitzending van de Algemene Beschouwingen in september, toen een groot aantal van de aanwezigen in de Tweede Kamer met hun neus aan hun iPad of smartphone vastgeplakt zaten. Men had meer oog voor wat er zich op het scherm afspeelde, dan voor de gebeurtenissen in de zaal. Ik ben een groot voorstander van digitalisering op sommige gebieden, maar hoop wel dat we in de toekomst nog steeds onderscheid kunnen maken tussen de digitale- en de werkelijke wereld.

Het Nieuwe Werken
De opkomst van social media ging hand in hand met de opkomst van het Nieuwe Werken of Werken 2.0. Werknemers gaan thuis aan de slag in plaats van op kantoor, voeren werk gerelateerde gesprekken via hun smartphone of tablet en bepalen zelf hun werktijden. Enerzijds een goede ontwikkeling, omdat men veel flexibeler te werk kan gaan, anderzijds wordt werken individualistischer door beperkt contact met collega’s. Contact leggen met collega’s tijdens het werken lukt dan alleen via een elektronisch medium. Niet alleen is social media in de zakelijke wereld in opmars, ook het uitvoeren van dagelijkse handelingen als boodschappen doen, bestellingen plaatsen en betalen kunnen we al met een computer of telefoon. Eigenlijk hoeven we voor een heleboel dingen de deur niet meer uit. Iedereen leeft eigenlijk in z’n eigen gecreëerde digitale wereldje.

Wordfeud
Dé hype van dit moment op gebied van social media is de scrabble-app Wordfeud. We scrabbelen in het park, in de trein, in de collegebanken en er wordt vast en zeker ook gescrabbeld op het toilet. Biermerk Heineken speelde daar mooi op in door al dan niet onbewust aan te zetten tot een heuse social media battle. Bedrijven als KLM, Axe en Vodafone volgden al snel door het speelveld uit te breiden. Heineken plaatste na enige tijd als antwoord hierop een nieuw speelveld op zijn Facebook-pagina, maar liet dit keer geen ruimte over voor eventuele tegenstanders. Een sterk staaltje marketing, maar had Wordfeud niet gewoon ‘een spelletje’ moeten blijven?

KLM volgt Heineken

Heineken's eigen speelveld

De ROI van social media
Steeds meer bedrijven lijken in de gaten te krijgen dat social media een vast onderdeel in de communicatiestrategie zou moeten zijn. De Return On Investment (een metriek waarmee uit te rekenen is hoeveel een investering heeft opgeleverd) van social media zal een belangrijk begrip voor ze worden. Aanwezig zijn op social media alleen is niet genoeg, juist de interactie met (potentiële) klanten is erg belangrijk. Social media vormen een gigantische bron van gebruikersopinies, die gemonitord moet worden in het kader van Online Reputatie Management. Door het monitoren van social media kan namelijk worden ingesprongen op klachten van klanten en kan worden nagegaan welke behoeftes deze klanten hebben.

“Big Brother is watching you”
Ayelet Noff, oprichter en CEO van Blonde 2.0, een Nieuwe Media PR agentschap, slaat in een blog over zijn visies op de toekomst van social media de spijker op zijn kop. We zullen in de toekomst waarschijnlijk niet meer te hoeven zoeken naar informatie op het Web; de informatie zal ons vinden op basis van alle informatie die bedrijven over ons kunnen verzamelen. We delen immers alles online: onze handelingen, interesses, voorkeuren, locaties en onze netwerken. Is alles delen wel zo verstandig? Het geeft organisaties de mogelijkheid om bergen gerichte reclame onze kant op te sturen. Voor we er erg in hebben plaatsen we straks allemaal een digitale Nee-Nee-sticker op onze profielen. Ik ben fan van social media, en zal dat ook blijven. Maar ik denk dat veel gebruikers zullen afhaken wanneer de zakelijke wereld de overhand krijgt op social media.

To share, or not to share: dat moeten we ons afvragen.

Advertenties

Campagne voeren op het net is zo makkelijk nog niet

Doelstelling
“Wat moet ik doen met de actiecode die ik krijg,” “En wat win ik ermee?” luidden steeds de reacties wanneer ik een oproepje plaatste op Facebook en Twitter. Het doel om mijn webpagina door middel van een campagne populair te maken, bleek nog niet zo makkelijk te halen als ik dacht. Opvallend vond ik dat men over het algemeen niet bereid is terug te komen naar een pagina, wanneer er ‘niks’ te halen valt. Ook de lay-out en de inhoud van de doelpagina waarop mensen enkel een code in konden voeren schrok naar mijn idee bezoekers af. Ik vond het daarom ook jammer, dat ik de pagina niet zelf kon aanpassen. Het bleek voor een aantal bezoekers ook niet duidelijk te zijn dat de code ingevoerd moest worden zonder spaties. Een honderd bezoekers hebben de doelpagina bekeken, maar negentien bezoekers hebben de code correct ingevoerd. Verwarring wat betreft spatiegebruik is waarschijnlijk dan ook één van de redenen daarvoor.

Doelpagina

Like & Win
Bedrijven stellen campagnes vaak op voor hetzelfde doel: meer klanten werven. Voor een dergelijke campagne kunnen sociale netwerken ook prima ingezet worden. Een Twitter- en een Facebookaccount kunnen bijvoorbeeld bezoekers doorverwijzen naar de officiële webpagina van het bedrijf of de instelling die campagne voert. Vaak zijn hier leuke acties aan verbonden. Op Facebook starten veel bedrijven de zogenaamde Like & Win acties. Gebruikers moeten de Facebookpagina ‘liken’ en zich vaak ook aanmelden voor de nieuwsbrief, in ruil voor een kans op het winnen van een leuke prijs. Een heel slim idee, want de gebruikers die meedoen aan deze acties zullen in het vervolg ook updates van het bedrijf ontvangen waardoor het aantal potentiële klanten wordt vergroot.

Like & Win

Ik had ook graag een Like & Win actie voor mijn doelpagina willen opzetten, maar omdat er voor bezoekers niets te winnen viel, waren alle soorten winacties voor de campagne uitgesloten. Hierdoor kwam ik niet verder dan het promoten van mijn doelpagina op Facebook en Twitter door middel van oproepjes aan mijn connecties. Helaas heeft dit, geheel naar verwachting, heel weinig conversies (bezoekers die de code correct hebben ingevoerd) opgeleverd.

Enquête
Een ander onderdeel voor mijn campagne had een enquête kunnen zijn. Ik had aan een groot aantal gebruikers op sociale netwerken kunnen vragen een enquête in te vullen over het gebruik van sociale netwerken, waarna ze de enquête in zouden sturen door de code op de doelpagina in te vullen. De actiecode zou een probleem blijven vormen, omdat die niet te gebruiken is. In plaats van deze actiecode, zouden uitkomsten van de enquête getoond kunnen worden.

Return On Investment

Ook al heeft de campagne niet veel opgeleverd, naast nieuwe inzichten in manieren waarop je campagne kunt voeren op sociale netwerken, heb ik toch uitgerekend hoeveel de investering in de campagne daadwerkelijk heeft opgeleverd. De Return On Investment (ROI) geeft aan hoeveel een investering heeft opgeleverd: (winst-investering)/investering= ROI (%). Voor mijn investering gelde dat één uur gelijk was aan tien virtuele euro’s. Per conversie mocht ik één virtuele euro rekenen. Ik heb drie uur aan de campagne besteed waar de volgende ROI uit komt: (19-30)/30= 2%. Mondeling promoten op Twitter en Facebook levert dus weinig tot niets op. Campagne voeren op het net is zo makkelijk nog niet.

Twitter sentiment

Twitter is het sociale netwerk bij uitstek om je mening op te ventileren. Het creëert voor onderzoekers dan ook een interessant onderzoeksveld. Door het analyseren van tweets is het bijvoorbeeld mogelijk om een voorspelling te doen over de uitslag van een aankomende verkiezing of kan worden nagegaan wat er onder de bevolking leeft (trends). Een computer herkent een trend automatisch door te kijken naar frequentie in woordgebruik. Veel voorkomende trends zijn bijvoorbeeld belangrijke sportwedstrijden, televisieprogramma’s of gebeurtenissen die een nationale impact hebben.

Door gebruik te maken van sentimentanalyse kunnen er voorspellingen over bepaalde onderwerpen worden gedaan. Sentiment is een positieve of negatieve mening over een bepaald onderwerp of een bepaalde gebeurtenis. Het kan herkent worden in tweets door te kijken naar gebruikte woorden, hashtags en emoticons. Tweets kunnen dan als positief, negatief of neutraal gelabeld worden.

Gelabelde tweets kunnen gebruikt worden om een programma te leren om verschillen in sentiment automatisch te herkennen. De tweets worden gelabeld als positief, negatief of neutraal en worden opgedeeld in woorden en leestekens. Het programma kijkt voor elk specifiek woord of het vaker voorkomt bij een van de drie klassen (labels). Hierdoor kan het programma een model opbouwen met kansen op een combinatie van klasse en een specifiek woord. Met het model kan het programma van onbekende tweets de kans bepalen waarmee het tot een van de drie klassen behoort.

Natuurlijk maakt zo’n programma in het leerproces ook fouten. Het kan klassen fout herkennen, of klassen helemaal niet herkennen. Een sentimentanalyse van tweets wordt als volgt geëvalueerd:

op precisie: aantal goed herkende tweets van een klasse gedeeld door het aantal herkende tweets van deze klasse.

op recall: aantal goed herkende tweets van een klasse gedeeld door het daadwerkelijke (vooraf handmatig beoordeelde) aantal van deze klasse in de data.

op F-score: het harmonisch gemiddelde van deze twee getallen:
F-score = 2*Precisie*Recall/(Precisie+Recall)

Ik heb de proef op de som genomen en dertig tweets verzameld om vervolgens deze verzameling te laten analyseren door een programma met een sentimentmodel. Het programma had een sentimentmodel op basis van van 372 tweets (186 neutrale; 93 positieve en 93 negatieve). Mijn verzameling bevatte 10 tweets van elke klasse. Uit de resultaten bleek dat het programma meer dan de helft van mijn positieve tweets als positief had herkent. Het percentage voor de negatieve tweets lag iets lager: rond de 40%. De gemiddelde F-score gecombineerd voor positief en negatief was 35,43. Voor deze score geldt altijd, op een schaal van 0 tot 100, hoe hoger hoe beter. Ik had de F-score kunnen verbeteren door een grotere verzameling van tweets te gebruiken in dezelfde verhouding als het sentimentmodel (2:1:1).

Evaluatiescores

Het doen van voorspellingen op basis van sentiment in tweets blijft een lastige zaak. Nooit zal een sentimentmodel compleet zijn. Sommige woorden hebben door persoonlijk gebruik een sterker sentiment dan andere. Iedereen gebruikt woorden op zijn of haar eigen manier. Maar werken aan een nagenoeg perfect model blijft wel een mooie uitdaging.

Mijn Facebook fanpagina

Op 14 juni 2011 ben ik een persoonlijke blog via Blogger gestart over mode en lifestyle. De blog staat nog steeds in de kinderschoenen, maar daar komt langzamerhand verandering in. Ik ben de blog in eerste instantie alleen voor mijzelf gestart, om creatief bezig te blijven met het schrijven van blogs en het ontwerpen van allerlei dingen met Photoshop. Maar nu het aantal views begint op te lopen door posts te delen op Twitter en Facebook, begint het bloggen echt interessant te worden. Hoewel het aantal views per dag stijgt, heb ik nog maar weinig vaste volgers. Doordat ik updates post op Facebook en Twitter, is het voor mijn connecties eigenlijk ook niet nodig zich te abonneren op mijn blog.

Ik maak bij het posten van blogs veel gebruik van tags, waardoor mijn blog in zoekmachines (bijvoorbeeld Google Blog Search) gemakkelijk te vinden is. Toch blijkt uit de statistieken over mijn blog dat de meeste lezers via Facebook op mijn blog terecht komen. Om toch een soort van fanbase te creëren voor mijn blog, heb ik op Facebook een (fan)pagina aangemaakt aan de hand van het artikel Verleid bezoekers om fan van je pagina te worden, door Erno Hannink.

Om een fanpagina aan te maken op Facebook, kun je (wanneer je ingelogd bent) onderaan de startpagina klikken op ‘maak een pagina’. Vervolgens kies je de categorie voor de pagina en geeft je de pagina een naam. Het is belangrijk om daarna een geschikte profielfoto toe te voegen, waaraan gebruikers je pagina kunnen herkennen. Ik heb met Photoshop een afbeelding gemaakt met de naam van mijn blog en de herkenbare penseelstreek die ik vaak in mijn posts gebruik.

Bedrijven als ACNE en Welikefashion.com hebben mooie welkomstpagina’s met afbeeldingen. Na het plaatsen van de profielfoto ben ik ook aan de slag gegaan met een welkomstpagina. Ik heb de stappen precies zo uitgevoerd zoals Erno Hannink ze in zijn artikel beschrijft om het gewenste resultaat te bereiken. Nieuwe bezoekers komen nu niet op het prikbord terecht, wat bij veel profielpagina’s wel het geval is, maar op de welkomstpagina waarvoor ik speciaal een afbeelding gemaakt heb. Wanneer bezoekers op nu de afbeelding klikken worden ze meteen doorgestuurd naar de blog.

De welkomstpagina

Ik hoop met deze fanpagina meer bezoekers te genereren om zo de blog in bekendheid te laten groeien. Door het uitnodigen van connecties, door merken en personen te volgen met de pagina en door veel te blijven posten op de blog en op de pagina hoop ik mijn doel te bereiken. Mocht de pagina aanslaan, dan zal ik ook gaan werken met Facebook advertenties. Maar daarvoor is het nog nog een beetje te vroeg.

Facebook Ads

Dagelijks worden we overspoeld door reclame. Reclame in de brievenbus, reclame op tv, maar zeker ook reclame op het internet. Een groot deel van die -online- reclame is gericht. Gerichte reclame is reclame voor een product of dienst die past bij de interesses van de consument die de reclame te zien krijgt. Internetbedrijf Google heeft diensten als AdWords en AdSense waarmee Google ondernemers en bedrijven de mogelijkheid geeft gebruik te maken van haar advertentienetwerk. Google volgt de zoekacties van gebruikers, achterhaalt daarmee de interesses van de gebruiker en toont vervolgens advertenties die daarop afgestemd zijn.

Door de enorme populariteit van social media lenen zij zich ook erg goed voor gerichte reclame. Facebook maakt het mogelijk voor adverteerders om hun reclame zeer specifiek te richten op de doelgroep. Zo meldt Facebook: “Kom in contact met meer dan 750 miljoen mogelijke klanten. Kies je doelgroep op basis van locatie, leeftijd en interesses.” Facebook houdt de interesses van de gebruikers vanzelf bij, omdat de gebruikers zelf activiteiten, merken en producten kunnen ‘liken’. Een bedrijf dat berg- en wandelschoenen produceert, zoals Meindl, kan dus heel specifiek een doelgroep selecteren waarvan de gebruikers geïnteresseerd in bijvoorbeeld wandelen, kamperen of backpacken.

Als ik zelf mijn Facebookpagina open, zie ik advertenties die ook daadwerkelijk aansluiten bij mijn leeftijd en interesses. Een advertentie die vaak aan mijn getoond wordt is een advertentie van modeketen H&M. H&M zal een brede doelgroep hebben op Facebook qua leeftijd, geslacht en locatie. Om eens uit te zoeken welke bedrijven zich zouden kunnen richten op mijn connecties, heb ik van 40 van de 145 connecties een aantal gegevens verzameld: geslacht, leeftijd, woonplaats, opleiding en sport. Van die gegevens heb ik een aantal diagrammen gemaakt, om te kunnen zien welke eigenschappen sterk aanwezig zijn.

Van de 40 personen is 55% vrouw en 45% man. Het grootste deel van mijn connecties is van mijn leeftijd en daarvan is het diagram die het verschil in leeftijd weergeeft ook een mooie afspiegeling:

Veel van mijn studiegenootjes en vrienden wonen in Groningen. Een aantal oud-klasgenoten zijn in een andere stad dan Groningen gaan studeren en ook dat is mooi te zien in de ‘woonplaats-diagram’. Onder de 40 personen is er veel verschil aan te wijzen in studierichting. Voor Nederlandse adverteerders (Nederland moet Facebook Ads nog een beetje ontdekken) is de studierichting van een gebruiker (nog) niet erg belangrijk, dus heb ik me naast demografische kenmerken gefocust op interesses. Het was te lastig om alle interesses van de 40 personen in een diagram weer te geven, omdat de meeste profielen erg uitgebreid waren. Ik heb er daarom voor gekozen me alleen te richten op voorkeur in sport. Voor mij was de uitkomst daarvan geen verrassing: veel van mijn connecties zijn of waren net als ik actief in volleybal. Ook voetbal bleek toch erg populair te zijn, ook bij de dames.

Gezien de verzameling van gegevens denk ik dat merken als Adidas en Nike heel goed zouden aansluiten bij de interesses van mijn sportieve connecties. Ik verwacht dat modeketen H&M, net als voor mij, ook voor veel andere connecties adverteert. H&M is immers erg populair onder jong, studerend Nederland. M. Cappon schreef eind 2010 een blogpost met de titel: Nederlandse A-merken laten kansen liggen op Facebook. Er is geen excuus meer voor het laten liggen van kansen op Facebook. Nederland heeft nu tijd genoeg gehad aan het idee te wennen; Facebook is dé marketingtool van het moment.

Monitoren op Twitter

Voor bedrijven is het erg belangrijk om aandacht te besteden aan Online Reputatie Management (ORM). Onder ORM vallen alle activiteiten die een bedrijf kan uitvoeren om de eigen reputatie online in de gaten te houden, te beïnvloeden en te beschermen. Door te luisteren (monitoren) op social media kan een bedrijf inzicht krijgen in discussies die worden gevoerd door consumenten over het bedrijf, hun producten, of hun diensten. Het monitoren van social media is de eerste belangrijke stap van ORM. Naast het monitoren van discussies op social media is het ook belangrijk daar snel op in te spelen, om eventuele imago schade voor het bedrijf te beperken.

Er zijn al veel online tools op de markt gebracht die bedrijven kunnen gebruiken om social media te monitoren, maar op Twitter kunnen ze dat gemakkelijk zelf doen. Twitter is een zogenaamde microblogwebsite, een website waarop gebruikers berichten van maximaal 140 tekens kunnen plaatsen. Twitter biedt de mogelijkheid om #-tags (hashtags) toe te voegen aan berichten, zodat onderwerpen gemakkelijk te volgen zijn. Door te zoeken op een hashtag, worden alle berichten met deze tag getoond. Op deze manier kunnen bedrijven zoeken naar onderwerpen die voor hun ORM van belang zijn, zoals de bedrijfsnaam, of het nieuwe product dat net op de markt is gebracht.

Voor mijn onderzoek ben ik op zoek gegaan naar tweets over twee Nederlandse banken: Rabobank en ABN AMRO. Het leek mij interessant om eens te onderzoeken wat er op Twitter gezegd wordt over deze twee grootmachten (en of dat overwegend positief of negatief is) en om de uitingen met elkaar te vergelijken. Ik heb gekozen voor een tijdsduur van een week, om zo genoeg tweets te kunnen verzamelen voor een redelijke analyse. Ik heb een corpus van 100 tweets aangelegd voor elk van de twee bedrijven en heb van de twee corpora een woordenwolk gemaakt. Op deze woordenwolken is te zien welke woorden gebruikt zijn en is het verschil in gebruiksfrequentie te zien.

Deze week werd er op Twitter opvallend veel gesproken over de Raboploeg en met name over Bauke Mollema. Mollema fietste voor de ploeg van de Rabobank in de Vuelta en won daarin een sprinterstrui. Deze gebeurtenis komt duidelijk naar voren in de woordenwolk door woorden als: groene, trui, Bauke, Mollema, ploeg en fietsen. Aan de woordenwolk valt op dat Rabobank erg actief is in de sportwereld. Woorden als Ajax, SV Dynamo, sponsor en sponsorfietsdag duiden daarop. Ook werd er veel gesproken over de activiteiten die Rabobank voor deze week georganiseerd had. Deze week werd er dus voornamelijk positief over de Rabobank gesproken op Twitter.

Rabobank

ABN AMRO daarentegen, kwam er minder goed vanaf. ABN AMRO kwam deze week in het nieuws omdat radiozender 3FM verkondigde dat rekeningen werden geplunderd van mensen die inlogproblemen hadden op de website van ABN AMRO. Volgens ABN AMRO zelf volstrekte onzin, maar twitteraars dachten daar heel anders over. Woorden als rekening, internetbankieren, phishing en geplunderd komen in de woordenwolk dan ook sterk naar voren. Hoewel er dus negatief gepubliceerd werd over het internetbankieren van ABN AMRO, werd er positief gepubliceerd over de Emerce E-day waar Sander Nube sprak over de positie van de bank op Social Media.

ABN AMRO

Dit onderzoek laat zien dat het voor bedrijven van groot belang is te weten wat er speelt op social media. Hoe eerder een probleem wordt gezien, hoe sneller het verholpen kan worden. Ter afsluiting een voorbeeld van adequate ORM van ABN AMRO:

Bas Vos tweette het volgende: Drama bank die abn…administratie, aanvragen worden geblokkeerd, printers doen het niet…

ABN AMRO: Hallo Bas. Ik las je tweet. Kunnen wij vanuit ABN AMRO Webcare iets voor je doen? ^Elvira.

LinkedIn: een must.

LinkedIn heeft wereldwijd al meer dan 100 miljoen gebruikers. Dit virtuele sociale netwerk is ook in Nederland erg populair. Inmiddels zijn er nagenoeg 3 miljoen Nederlandse gebruikers geregistreerd. Maar hoe zijn de Nederlandse bedrijven vertegenwoordigd? Is aanwezig zijn op LinkedIn voor hen een must?

LinkedIn richt zich op de zakelijke markt en biedt professionals een platform aan waarop ze hun eigen zakelijke netwerk kunnen opbouwen. Het biedt de mogelijkheid om een gratis account aan te maken, die de gebruiker vervolgens kan personaliseren door zijn of haar opleidingsgeschiedenis en werkervaring toe te voegen. De gebruiker kan door het maken van connecties met andere gebruikers een eigen zakelijk netwerk opbouwen. Daarnaast kan de gebruiker zich aansluiten bij groepen en bedrijven om zo in contact te komen met andere professionals die werkzaam zijn in hetzelfde vakgebied of bij hetzelfde bedrijf als de gebruiker zelf. Gebruikers kunnen onderling communiceren door elkaar een bericht te sturen of door deel te nemen aan discussies die worden opgezet in groepen. Door een bedrijf te volgen wordt je up-to-date gehouden over dat bedrijf.

Veel Nederlandse bedrijven zijn al actief op LinkedIn. Het is een ideale plek om potentiële klanten en/of werknemers te benaderen. Recruiters, ZZP-ers en universiteiten en hogescholen zijn daarom ook sterk vertegenwoordigd op LinkedIn. Vanwege het feit dat LinkedIn voornamelijk gericht is op professioneel gebruik, kan het sociale netwerk hulp bieden bij het vinden van professionals om een bedrijf of team te versterken. Gebruikers kunnen namelijk hun werkervaring en talenten toevoegen aan hun profiel en vragen aan hun connecties om een referentie over hen te schrijven. Op die manier wordt een account een uitgebreid visitekaartje.

Mijn profielpagina

Ook is het mogelijk voor iedereen om te adverteren op LinkedIn, maar wel tegen een vergoeding. Advertenties worden getoond op profielpagina’s, de homepage, de inbox van gebruikers, pagina’s van groepen en zoekpagina’s. Wanneer je een advertentie aangevraagd hebt wordt deze getoond aan gebruikers die matchen met een aantal eigenschappen van jouw profiel. Daarbij moet je denken aan beroepstitel en -functie, industrie, bedrijfsnaam en locatie, leeftijd en geslacht. Andersom krijgt de gebruiker dus alleen advertenties te zien die aansluiten op zijn of haar profiel. Bedrijven kunnen dus ook op deze manier in contact komen met potentiële klanten.

Ikzelf ben nog niet zo lang actief op LinkedIn, maar ben er erg tevreden over. Inmiddels heb ik een paar contacten gelegd met professionals die mij later aan een stage of een baan zouden kunnen helpen. Ik blijf op de hoogte van de laatste ontwikkelingen die spelen in vakgebieden waarin ik graag actief zou willen worden en volg bedrijven waarin ik geïnteresseerd ben. En dit is volgens mij ook de essentie van LinkedIn: professionals met professionals ‘linken’. Om tenslotte nog even terug te komen op de vraag die ik eerder stelde; aanwezig zijn op LinkedIn is wat mij betreft een must.