Campagne voeren op het net is zo makkelijk nog niet

Doelstelling
“Wat moet ik doen met de actiecode die ik krijg,” “En wat win ik ermee?” luidden steeds de reacties wanneer ik een oproepje plaatste op Facebook en Twitter. Het doel om mijn webpagina door middel van een campagne populair te maken, bleek nog niet zo makkelijk te halen als ik dacht. Opvallend vond ik dat men over het algemeen niet bereid is terug te komen naar een pagina, wanneer er ‘niks’ te halen valt. Ook de lay-out en de inhoud van de doelpagina waarop mensen enkel een code in konden voeren schrok naar mijn idee bezoekers af. Ik vond het daarom ook jammer, dat ik de pagina niet zelf kon aanpassen. Het bleek voor een aantal bezoekers ook niet duidelijk te zijn dat de code ingevoerd moest worden zonder spaties. Een honderd bezoekers hebben de doelpagina bekeken, maar negentien bezoekers hebben de code correct ingevoerd. Verwarring wat betreft spatiegebruik is waarschijnlijk dan ook één van de redenen daarvoor.

Doelpagina

Like & Win
Bedrijven stellen campagnes vaak op voor hetzelfde doel: meer klanten werven. Voor een dergelijke campagne kunnen sociale netwerken ook prima ingezet worden. Een Twitter- en een Facebookaccount kunnen bijvoorbeeld bezoekers doorverwijzen naar de officiële webpagina van het bedrijf of de instelling die campagne voert. Vaak zijn hier leuke acties aan verbonden. Op Facebook starten veel bedrijven de zogenaamde Like & Win acties. Gebruikers moeten de Facebookpagina ‘liken’ en zich vaak ook aanmelden voor de nieuwsbrief, in ruil voor een kans op het winnen van een leuke prijs. Een heel slim idee, want de gebruikers die meedoen aan deze acties zullen in het vervolg ook updates van het bedrijf ontvangen waardoor het aantal potentiële klanten wordt vergroot.

Like & Win

Ik had ook graag een Like & Win actie voor mijn doelpagina willen opzetten, maar omdat er voor bezoekers niets te winnen viel, waren alle soorten winacties voor de campagne uitgesloten. Hierdoor kwam ik niet verder dan het promoten van mijn doelpagina op Facebook en Twitter door middel van oproepjes aan mijn connecties. Helaas heeft dit, geheel naar verwachting, heel weinig conversies (bezoekers die de code correct hebben ingevoerd) opgeleverd.

Enquête
Een ander onderdeel voor mijn campagne had een enquête kunnen zijn. Ik had aan een groot aantal gebruikers op sociale netwerken kunnen vragen een enquête in te vullen over het gebruik van sociale netwerken, waarna ze de enquête in zouden sturen door de code op de doelpagina in te vullen. De actiecode zou een probleem blijven vormen, omdat die niet te gebruiken is. In plaats van deze actiecode, zouden uitkomsten van de enquête getoond kunnen worden.

Return On Investment

Ook al heeft de campagne niet veel opgeleverd, naast nieuwe inzichten in manieren waarop je campagne kunt voeren op sociale netwerken, heb ik toch uitgerekend hoeveel de investering in de campagne daadwerkelijk heeft opgeleverd. De Return On Investment (ROI) geeft aan hoeveel een investering heeft opgeleverd: (winst-investering)/investering= ROI (%). Voor mijn investering gelde dat één uur gelijk was aan tien virtuele euro’s. Per conversie mocht ik één virtuele euro rekenen. Ik heb drie uur aan de campagne besteed waar de volgende ROI uit komt: (19-30)/30= 2%. Mondeling promoten op Twitter en Facebook levert dus weinig tot niets op. Campagne voeren op het net is zo makkelijk nog niet.

Advertenties

Mijn Facebook fanpagina

Op 14 juni 2011 ben ik een persoonlijke blog via Blogger gestart over mode en lifestyle. De blog staat nog steeds in de kinderschoenen, maar daar komt langzamerhand verandering in. Ik ben de blog in eerste instantie alleen voor mijzelf gestart, om creatief bezig te blijven met het schrijven van blogs en het ontwerpen van allerlei dingen met Photoshop. Maar nu het aantal views begint op te lopen door posts te delen op Twitter en Facebook, begint het bloggen echt interessant te worden. Hoewel het aantal views per dag stijgt, heb ik nog maar weinig vaste volgers. Doordat ik updates post op Facebook en Twitter, is het voor mijn connecties eigenlijk ook niet nodig zich te abonneren op mijn blog.

Ik maak bij het posten van blogs veel gebruik van tags, waardoor mijn blog in zoekmachines (bijvoorbeeld Google Blog Search) gemakkelijk te vinden is. Toch blijkt uit de statistieken over mijn blog dat de meeste lezers via Facebook op mijn blog terecht komen. Om toch een soort van fanbase te creëren voor mijn blog, heb ik op Facebook een (fan)pagina aangemaakt aan de hand van het artikel Verleid bezoekers om fan van je pagina te worden, door Erno Hannink.

Om een fanpagina aan te maken op Facebook, kun je (wanneer je ingelogd bent) onderaan de startpagina klikken op ‘maak een pagina’. Vervolgens kies je de categorie voor de pagina en geeft je de pagina een naam. Het is belangrijk om daarna een geschikte profielfoto toe te voegen, waaraan gebruikers je pagina kunnen herkennen. Ik heb met Photoshop een afbeelding gemaakt met de naam van mijn blog en de herkenbare penseelstreek die ik vaak in mijn posts gebruik.

Bedrijven als ACNE en Welikefashion.com hebben mooie welkomstpagina’s met afbeeldingen. Na het plaatsen van de profielfoto ben ik ook aan de slag gegaan met een welkomstpagina. Ik heb de stappen precies zo uitgevoerd zoals Erno Hannink ze in zijn artikel beschrijft om het gewenste resultaat te bereiken. Nieuwe bezoekers komen nu niet op het prikbord terecht, wat bij veel profielpagina’s wel het geval is, maar op de welkomstpagina waarvoor ik speciaal een afbeelding gemaakt heb. Wanneer bezoekers op nu de afbeelding klikken worden ze meteen doorgestuurd naar de blog.

De welkomstpagina

Ik hoop met deze fanpagina meer bezoekers te genereren om zo de blog in bekendheid te laten groeien. Door het uitnodigen van connecties, door merken en personen te volgen met de pagina en door veel te blijven posten op de blog en op de pagina hoop ik mijn doel te bereiken. Mocht de pagina aanslaan, dan zal ik ook gaan werken met Facebook advertenties. Maar daarvoor is het nog nog een beetje te vroeg.

Facebook Ads

Dagelijks worden we overspoeld door reclame. Reclame in de brievenbus, reclame op tv, maar zeker ook reclame op het internet. Een groot deel van die -online- reclame is gericht. Gerichte reclame is reclame voor een product of dienst die past bij de interesses van de consument die de reclame te zien krijgt. Internetbedrijf Google heeft diensten als AdWords en AdSense waarmee Google ondernemers en bedrijven de mogelijkheid geeft gebruik te maken van haar advertentienetwerk. Google volgt de zoekacties van gebruikers, achterhaalt daarmee de interesses van de gebruiker en toont vervolgens advertenties die daarop afgestemd zijn.

Door de enorme populariteit van social media lenen zij zich ook erg goed voor gerichte reclame. Facebook maakt het mogelijk voor adverteerders om hun reclame zeer specifiek te richten op de doelgroep. Zo meldt Facebook: “Kom in contact met meer dan 750 miljoen mogelijke klanten. Kies je doelgroep op basis van locatie, leeftijd en interesses.” Facebook houdt de interesses van de gebruikers vanzelf bij, omdat de gebruikers zelf activiteiten, merken en producten kunnen ‘liken’. Een bedrijf dat berg- en wandelschoenen produceert, zoals Meindl, kan dus heel specifiek een doelgroep selecteren waarvan de gebruikers geïnteresseerd in bijvoorbeeld wandelen, kamperen of backpacken.

Als ik zelf mijn Facebookpagina open, zie ik advertenties die ook daadwerkelijk aansluiten bij mijn leeftijd en interesses. Een advertentie die vaak aan mijn getoond wordt is een advertentie van modeketen H&M. H&M zal een brede doelgroep hebben op Facebook qua leeftijd, geslacht en locatie. Om eens uit te zoeken welke bedrijven zich zouden kunnen richten op mijn connecties, heb ik van 40 van de 145 connecties een aantal gegevens verzameld: geslacht, leeftijd, woonplaats, opleiding en sport. Van die gegevens heb ik een aantal diagrammen gemaakt, om te kunnen zien welke eigenschappen sterk aanwezig zijn.

Van de 40 personen is 55% vrouw en 45% man. Het grootste deel van mijn connecties is van mijn leeftijd en daarvan is het diagram die het verschil in leeftijd weergeeft ook een mooie afspiegeling:

Veel van mijn studiegenootjes en vrienden wonen in Groningen. Een aantal oud-klasgenoten zijn in een andere stad dan Groningen gaan studeren en ook dat is mooi te zien in de ‘woonplaats-diagram’. Onder de 40 personen is er veel verschil aan te wijzen in studierichting. Voor Nederlandse adverteerders (Nederland moet Facebook Ads nog een beetje ontdekken) is de studierichting van een gebruiker (nog) niet erg belangrijk, dus heb ik me naast demografische kenmerken gefocust op interesses. Het was te lastig om alle interesses van de 40 personen in een diagram weer te geven, omdat de meeste profielen erg uitgebreid waren. Ik heb er daarom voor gekozen me alleen te richten op voorkeur in sport. Voor mij was de uitkomst daarvan geen verrassing: veel van mijn connecties zijn of waren net als ik actief in volleybal. Ook voetbal bleek toch erg populair te zijn, ook bij de dames.

Gezien de verzameling van gegevens denk ik dat merken als Adidas en Nike heel goed zouden aansluiten bij de interesses van mijn sportieve connecties. Ik verwacht dat modeketen H&M, net als voor mij, ook voor veel andere connecties adverteert. H&M is immers erg populair onder jong, studerend Nederland. M. Cappon schreef eind 2010 een blogpost met de titel: Nederlandse A-merken laten kansen liggen op Facebook. Er is geen excuus meer voor het laten liggen van kansen op Facebook. Nederland heeft nu tijd genoeg gehad aan het idee te wennen; Facebook is dé marketingtool van het moment.